Steun en fiscaliteit

Wat de steun u werkelijk oplevert

De verhoogde investeringsaftrek bedraagt 40 procent, maar dat is een aftrek van uw belastbare winst en geen korting op de factuur. Op een investering van 120.000 euro levert ze ongeveer 12.000 euro minder belasting op. Dat is 10 procent van uw investering, niet veertig.

Een batterijcontainer op het terrein van een bedrijf, naast de loods
Steun maakt van een slecht dossier geen goed dossier

Elke regeling hieronder verlaagt de kost van een installatie die er sowieso hoort te komen. Rekent u de steun mee om een terugverdientijd rond te krijgen, dan koopt u een probleem met korting. Reken eerst zonder.

Het misverstand

Een aftrek is geen korting

Bijna iedereen rekent zich rijk met dit getal, en de fout zit in één woord. Aftrek betekent dat u 40 procent van de investering mag aftrekken van uw belastbare winst. Niet van de factuur.

Wat u er in cash aan overhoudt, is die aftrek maal uw belastingtarief.

Wat de installatie kost120.000 euro
Wat u van de winst mag aftrekken (40 procent)48.000 euro
Wat u minder belasting betaalt (25 procent vennootschapsbelasting)12.000 euro

Ongeveer 12.000 euro op 120.000 euro, dus circa 10 procent van uw investering. Dat is nog altijd de moeite, maar het is niet wat er in de meeste offertes wordt gesuggereerd. Wie met 40 procent rekent in zijn terugverdientijd, komt er vier keer naast te zitten.

Er zit ook een voorwaarde onder die vaak vergeten wordt: u moet winst maken om van een aftrek te profiteren. Is uw winst te klein, dan gaat de aftrek niet verloren, maar hij schuift wel op naar een volgend boekjaar.

De regelingen

Vier regelingen, en u kiest er hoogstens twee

Combineren kan minder dan u denkt. Van de drie fiscale regelingen geldt er per vast actief maar een: u kiest tussen de thematische aftrek van 40 procent en de basisaftrek van 10, en die tellen niet op. VLIF-steun mag helemaal niet naast de thematische aftrek staan, dus een landbouwbedrijf kiest ook daar. Wat er wel bij kan, is de Ecoboostlening: die financiert de investering en is geen aftrek.

In de praktijk komt het voor een batterij dus neer op: de thematische aftrek plus eventueel de Ecoboostlening, of, bij een landbouwbedrijf, VLIF-steun in plaats van de aftrek. Welke van de twee meer opbrengt, hangt af van uw winst en van de grootte van uw batterij.

Elke vennootschap, sinds inkomstenjaar 2026 aan hetzelfde percentage
Verhoogde thematische investeringsaftrek

40 procent aftrek van de belastbare winst. Voorwaarde: vEKA-attest, aan te vragen binnen drie maanden na het einde van uw boekjaar.

Kleine vennootschappen
Basisaftrek KMO

10 procent aftrek, onbeperkt overdraagbaar. Voorwaarde: een alternatief voor de thematische aftrek, niet iets dat erbij komt.

Vlaamse KMO of zelfstandige
Ecoboostlening (PMV)

Achtergestelde lening van 15.000 tot 150.000 euro aan 3 procent. Voorwaarde: minstens 18 maanden actief, en 25 procent eigen inbreng op het kredietbedrag.

Actieve landbouwbedrijven
VLIF-steun

40 procent van een forfait, dus maximaal 18.086 euro. Voorwaarde: gekoppeld aan eigen zonne-energie, en niet te combineren met de thematische aftrek.

Het onderscheid tussen een kleine vennootschap en een grote onderneming valt in 2026 weg: de thematische aftrek staat dan voor allebei op 40 procent. Voor inkomstenjaar 2025 is dat 40 procent voor een kleine vennootschap en 30 voor een grote onderneming. Er ligt een wetsvoorstel om die 30 met terugwerkende kracht gelijk te trekken, en dat is niet gestemd.

De basisaftrek van 10 procent bestaat alleen voor kleine vennootschappen, en de Ecoboostlening ook. Wat in geen van beide gevallen kan, is twee aftrekken op hetzelfde actief.

Batterijopslag valt onder categorie 8, tijdelijke opslag van elektrische en thermische energie. Dat dekt het volledige systeem: de batterijen, de omvormers, het energiebeheersysteem en de installatie. Wat de kant van de kosten betreft, staat de opbouw op kosten batterijopslag.

Welke van de vier u kunt krijgen hangt af van uw rechtsvorm, uw sector en uw investeringsjaar. Dat zoeken wij gratis voor u uit.

De lening

Financiering tegen 3 procent

De Ecoboostlening van Participatiemaatschappij Vlaanderen is een achtergestelde lening voor duurzame investeringen. Ze staat los van de aftrek en is ermee te combineren: de lening betaalt de installatie, de aftrek verlaagt uw belasting.

Leningsbedrag15.000 euro tot 150.000 euro
Rentevoet3 procent, vast voor de looptijd
Looptijd3 tot 10 jaar
Eigen inbrengminstens 25 procent

Wat dat betekent op dezelfde investering van 120.000 euro:

Investering120.000 euro
Eigen inbreng (25 procent)30.000 euro
Ecoboostlening90.000 euro
Looptijd bij 3 procent7 jaar
Maandelijkse aflossingcirca 1.189 euro

De voorwaarden om in aanmerking te komen:

  • Vlaamse vennootschap, zelfstandige, vrij beroep of vzw met een economische activiteit
  • Minstens 18 maanden actief
  • Minstens 10 procent solvabiliteit na de investering
  • Investering in energie-efficiëntie
  • Batterijopslag komt in aanmerking
  • Na goedkeuring heeft u een jaar de tijd om de lening op te nemen
  • Niet te combineren met de Ecologiepremie+, GREEN of de strategische ecologiesteun

Wilt u helemaal niet investeren, dan is er een derde weg. Wat huur tegenover kopen en lenen doet met uw balans en uw kaspositie, staat op battery-as-a-service.

Landbouw

VLIF-steun, de enige echte subsidie

De drie regelingen hierboven verlagen uw belasting of uw rente. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds legt geld bij: 40 procent voor een landbouwbedrijf dat opslaat wat het zelf opwekt, en 50 voor een jonge landbouwer of een samenwerkingsverband. Maar het rekent niet met uw factuur: de subsidiabele kost is een forfait van 437 euro per kWh plus 1.515 euro, afgetopt op 100 kWh. Boven die grens staat ze vast op 45.215 euro, en dan is de steun 18.086 euro hoe duur uw installatie ook is.

Op een investering van 120.000 euro, het voorbeeld waarmee deze pagina hierboven rekent, komt dat neer op 15 procent en niet op 40. Dat is dezelfde valkuil als bij de investeringsaftrek: het percentage slaat op iets anders dan op wat u betaalt.

Batterijopslag bij een landbouwbedrijf, naast de stal met zonnepanelen op het dak
  • Niet naast de verhoogde thematische aftrek. VLIF-steun mag niet gecombineerd worden met steun van een andere overheid, en die aftrek valt daar uitdrukkelijk onder. U kiest tussen de twee, en wij rekenen allebei door.
  • Een PV-installatie is een voorwaarde. De batterij moet dienen om zelf opgewekte groene energie op te slaan, niet om goedkoop van het net te kopen. Uw verbruik en injectie toont u aan met de meetgegevens van uw digitale meter.
  • Minstens 20 kWh, en boven 100 groeit de steun niet meer mee. De batterij mag groter, maar de subsidiabele kost stopt daar. De dimensioneringstoets telt alle batterijen op uw bedrijf samen, dus een tweede systeem verkleint wat er voor het eerste overblijft.
  • Vraag het aan voor u bestelt. Er zijn vier indienperiodes per jaar: 20 januari tot en met 31 maart, 20 april tot en met 30 juni, 20 juli tot en met 30 september, 20 oktober tot en met 15 december. Wordt u geselecteerd, dan moet u binnen tweeënhalve maand na die periode bewijzen dat de investering gestart is, met een getekende offerte of een factuur. Lukt dat niet, dan vervalt de aanvraag.
  • Indienen is geen garantie. Per periode is er een budget en worden de dossiers gerangschikt op duurzaamheidsscore. De maatregel loopt tot en met 2027; over wat daarna komt, is niets beslist.

Wat batterijopslag op een landbouwbedrijf concreet oplevert, staat op de pagina voor landbouw en agri.

VLIF-steun en de verhoogde aftrek gaan niet samen, dus u kiest er een. Welke van de twee bij u meer opbrengt, rekenen wij allebei door.

Het traject

Het VEKA-attest is de stap die misgaat

Het attest wordt vaak vergeten tot de boekhouder ernaar vraagt, en dan is de termijn voorbij. Die is korter dan de meeste mensen denken, en hij hangt niet aan de ingebruikname: drie maanden na de laatste dag van het boekjaar waarin u investeerde, op straffe van verval. Bij een kalenderboekjaar is dat 31 maart van het jaar erna. Zonder attest vervalt de verhoogde aftrek, ook als de investering er wel voor in aanmerking kwam.

  1. Offerte aanvragen

    Wij analyseren uw situatie en stellen een systeem voor. Vraag meteen naar de specificaties die het VEKA-attest later nodig heeft.

  2. Investering uitvoeren

    Na goedkeuring wordt het systeem geïnstalleerd. Bewaar alle facturen en de technische documentatie. De aftrek geldt vanaf 1.000 euro investering.

  3. VEKA-attest aanvragen

    Op straffe van verval binnen drie maanden na de laatste dag van het boekjaar waarin u de investering deed, en niet vanaf de ingebruikname. Bij een kalenderboekjaar is dat dus 31 maart van het jaar erna. U dient in via het loket van VEKA, met de facturen, de specificaties, een energiestudie en een ingevuld rendementssjabloon.

  4. Attest ontvangen

    Reken hier niet op weken. De overheid heeft wettelijk zes maanden, en zolang het samenwerkingsakkoord tussen de gewesten en de federale overheid niet in werking is, worden er nog geen attesten afgeleverd. Uw boekhouder mag de aangifte intussen indienen met een stavingsdossier.

  5. Belastingaangifte

    Het attest gaat mee met uw aangifte. Blijft er aftrek over omdat uw winst te klein was, dan is die overdraagbaar naar volgende boekjaren.

Drie data om in de gaten te houden

  • 31 december 2026: Einde van de overgangstermijn. Investeerde u in 2025, dan gaf een eenmalige regeling u twaalf maanden na het einde van dat boekjaar om het attest aan te vragen, afgetopt op deze datum. Daarna geldt weer de gewone termijn van drie maanden.
  • 31 december 2027: Einde van de huidige investeringslijst. De energie-investeringslijst waarop batterijopslag staat, is drie jaar geldig. Komt er geen nieuwe, dan wordt ze eenmalig met twee jaar verlengd. De aftrek zelf loopt niet af.
  • 2027: Einde VLIF-steunperiode. De VLIF-maatregel voor landbouw loopt tot en met 2027. Over wat daarna komt, is niets beslist.
Een batterijcontainer op het terrein van een bedrijf, naast de loods
Wie dit rekent

Waarop deze cijfers steunen

Wij vragen de steun niet aan, dat doet uw boekhouder. Wat wij leveren is de technische documentatie waarop het VEKA-attest steunt, en het bewijs achteraf dat de installatie doet wat het dossier beloofde.

Wat wij aan opleiding, certificering en gereedschap in huis hebben, staat voluit op over ons.

Vragen

Veelgestelde vragen

Wat als ik de aanvraagtermijn voor het VEKA-attest mis?

Dan vervalt het recht op de verhoogde aftrek, ook als de investering er wel voor in aanmerking kwam. De basisaftrek van 10 procent voor kleine vennootschappen blijft dan staan, maar die twee gaan sowieso niet samen: per vast actief kiest u een aftrekcategorie.

Moet ik winst maken om van de aftrek te profiteren?

Ja, want een aftrek werkt op uw belastbare winst en niet op uw factuur. Is uw winst te klein, dan gaat de aftrek niet verloren: hij is onbeperkt overdraagbaar en schuift op naar een volgend boekjaar.

Helpt SmartSave bij de aanvragen?

Wij lopen het traject mee: de analyse van wat u in uw situatie kunt krijgen, de technische documentatie waarop het VEKA-attest steunt, en het dossier voor de Ecoboostlening. Uw boekhouder verwerkt de aftrek zelf; wij zorgen dat hij alles heeft.

Wat kunt u in uw situatie krijgen?

Dat hangt af van uw rechtsvorm, uw winst en uw investeringsjaar, en die drie kennen wij niet. Stuur ze door, dan rekenen wij uit wat elke regeling u werkelijk oplevert en zeggen wij het als het minder is dan u hoopte.

Vraag een subsidie-scan
Gratis. Wij regelen de technische documentatie voor het VEKA-attest en het dossier voor de lening; uw boekhouder verwerkt de aftrek.
Of bel 0472 80 26 75
Dit is geen fiscaal advies. De bedragen, percentages en data op deze pagina beschrijven de regelingen zoals ze voor 2025 en 2026 gelden; de steunmaatregelen zelf worden periodiek herzien. Het rekenvoorbeeld gaat uit van een investering van 120.000 euro en een vennootschapsbelasting van 25 procent; uw eigen tarief en uw winst bepalen wat de aftrek u oplevert. Laat uw dossier nakijken door uw boekhouder voordat u erop rekent.